Home » Blogs » Wat is CSRD?

Blogpost

Wat is CSRD?

Als uw actief is in de Europese Unie of daar aanzienlijke zakelijke activiteiten ontplooit, is er een verandering in de regelgeving die u negeren. De Corporate Sustainability Reporting Directive een ingrijpende verandering in de manier waarop bedrijven hun governance op het gebied van milieu, maatschappij en governance openbaar maken – en voor veel organisaties zijn de deadlines al in zicht. In deze gids vindt u alles u weten…

Als uw actief is in de Europese Unie of daar omvangrijke zakelijke activiteiten ontplooit, is er een verandering in de regelgeving die u negeren. De Corporate Sustainability Reporting Directive een ingrijpende verandering in de manier waarop bedrijven hun governance op het gebied van milieu, maatschappij en governance openbaar maken – en voor veel organisaties zijn de deadlines al in zicht.

In deze gids wordt alles uitgelegd wat u weten over de CSRD: wat de richtlijn voorschrijft, voor wie deze geldt, wanneer de verplichtingen ingaan en hoe uw kunt voorbereiden op naleving.

Wat is de Corporate Sustainability Reporting Directive CSRD)?

Corporate Sustainability Reporting Directive een EU-wetgeving die op 5 januari 2023 van kracht is geworden en die verplichte rapportagevereisten op het gebied van duurzaamheid vaststelt voor grote EU-ondernemingen, beursgenoteerde kmo’s en in aanmerking komende dochterondernemingen van niet-EU-ondernemingen. In essentie verplicht de CSRD ondernemingen om gedetailleerde, gecontroleerde informatie te publiceren over ESG-effecten, duurzaamheidsrisico’s en kansen in hun gehele waardeketen.

Beschouw de CSRD als het antwoord van de EU op een kritieke lacune op het gebied van transparantie. Jarenlang konden bedrijven zelf bepalen hoe ze verslag deden van sociale en milieukwesties – of dat ze daar überhaupt verslag van deden. Het resultaat was een lappendeken van inconsistente, vaak niet-vergelijkbare data het voor beleggers en andere belanghebbenden vrijwel onmogelijk was om de duurzaamheidsprestaties van bedrijven op een zinvolle manier te beoordelen.

De CSRD brengt hier verandering in door de eerdere richtlijn inzake niet-financiële verslaglegging (beter bekend als de NFRD) te vervangen en aanzienlijk uit te breiden. Terwijl de NFRD van toepassing was op ongeveer 11.000 ondernemingen, breidt de CSRD het toepassingsgebied uit tot bijna 50.000 organisaties. De richtlijn heeft tot doel duurzaamheidsverslaglegging op gelijke voet te plaatsen met financiële verslaglegging: dezelfde strengheid, dezelfde controle, dezelfde verantwoordingsplicht.

Dit is niet zomaar een kwestie van regelgevende opschoning. De CSRD vormt een essentiële bouwsteen van de Europese Green Deal en de wettelijk bindende toezegging van de EU om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. De Europese Commissie heeft de richtlijn expliciet geformuleerd als een oplossing voor een „tekort aan verantwoording“, met het argument dat hoogwaardige openbare verslaglegging een cultuur van grotere transparantie creëert en helpt een einde te maken aan greenwashingpraktijken die het vertrouwen in duurzaamheidsclaims van bedrijven ondermijnen.

CSRD in een notendop: doelstellingen, achtergrond en juridisch kader

Om te begrijpen waarom de CSRD is ingevoerd, u het bredere plaatje bekijken. In december 2019 presenteerde de Europese Commissie de Europese Green Deal: een ambitieus stappenplan om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken. Om dit doel te bereiken zijn enorme kapitaalstromen naar duurzame activiteiten nodig, wat betekent dat beleggers betrouwbare informatie over duurzaamheid nodig hebben om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen.

De Europese Commissie heeft het CSRD-voorstel in april 2021 gepresenteerd als onderdeel van haar actieplan „Financiering van duurzame groei“. Na politieke onderhandelingen hebben het Europees Parlement en de Raad in 2022 overeenstemming bereikt, waarna de richtlijn op 5 januari 2023 in werking is getreden. De EU-lidstaten moesten de richtlijn binnen bepaalde termijnen omzetten in nationale wetgeving, waardoor de CSRD-vereisten in de hele Unie bindend zijn geworden.

De beleidsdoelstellingen achter de CSRD zijn duidelijk, maar hebben verstrekkende gevolgen. Ten eerste: de transparantie en vergelijkbaarheid van duurzaamheidsinformatie verbeteren, zodat beleggers ESG-risico’s goed kunnen inschatten. Ten tweede: kapitaalstromen sturen naar activiteiten die een duurzame economie ondersteunen. Ten derde: ervoor zorgen dat bedrijven een zinvolle bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 en de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

De CSRD staat niet op zichzelf. Ze vormt een aanvulling op en staat in wisselwerking met andere EU-wetgeving op het gebied van duurzame financiering, met name de EU-taxonomieverordening (die bepaalt wat als een ecologisch duurzame economische activiteit geldt) en de verordening inzake informatieverschaffing over duurzame financiering (die regelt hoe deelnemers aan de financiële markten informatie over duurzaamheidsrisico’s openbaar maken). Samen vormen deze verordeningen een alomvattend kader om duurzaamheid te verankeren in de Europese financiële besluitvorming.

Een belangrijke ontwikkeling om in de gaten te houden: in februari 2025 heeft de Europese Commissie het ESG-„Omnibus-vereenvoudigingspakket“ aangenomen, dat tot doel heeft de administratieve lasten te verminderen, met name voor kleinere entiteiten. Hoewel dit pakket bepaalde drempels en vereisten kan aanpassen, blijven de belangrijkste transparantiedoelstellingen van de CSRD ongewijzigd.

Voor wie geldt de CSRD? (Toepassingsgebied en drempels)

De CSRD heeft een aanzienlijk bredere reikwijdte dan zijn voorganger. Waar de NFRD zich voornamelijk richtte op grote organisaties van algemeen belang, vallen onder de CSRD tienduizenden extra bedrijven binnen het toepassingsgebied – waaronder veel bedrijven die nog nooit een formeel duurzaamheidsverslag hebben hoeven opstellen.

Grote EU-ondernemingen vormen de belangrijkste categorie bedrijven die onder de CSRD vallen. Dit zijn bedrijven (al dan niet beursgenoteerd) die aan ten minste twee van de drie omvangcriteria voldoen: meer dan 250 werknemers, een netto-omzet van meer dan 50 miljoen euro of een balanstotaal van meer dan 25 miljoen euro. Zo valt een Duitse industriële groep met 300 werknemers en een jaaromzet van € 60 miljoen duidelijk onder het toepassingsgebied, ongeacht of de aandelen ervan openbaar worden verhandeld.

Beursgenoteerde ondernemingen in de EU vormen de tweede grote categorie. Hieronder vallen alle ondernemingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een door de EU gereguleerde markt, met inbegrip van beursgenoteerde kmo’s. Een uitzondering vormen beursgenoteerde micro-ondernemingen, die buiten het toepassingsgebied blijven. Een op Euronext Amsterdam genoteerde midcap-technologieonderneming zou bijvoorbeeld aan de CSRD moeten voldoen, zelfs als zij niet voldoet aan de drempels voor grote ondernemingen.

Ook moedermaatschappijen van buiten de EU met aanzienlijke activiteiten in de EU vallen onder de werkingssfeer van de CSRD. Meer bepaald geldt dat een groep uit een derde land die binnen de EU een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 150 miljoen euro genereert en ten minste één grote of beursgenoteerde dochteronderneming in de EU (of een aanzienlijk filiaal in de EU) heeft, verplicht is tot rapportage. Neem bijvoorbeeld een onderneming met hoofdkantoor in de VS die meerdere Europese dochterondernemingen heeft die gezamenlijk € 200 miljoen aan omzet in de EU genereren: deze groep zou CSRD-conforme verslagen moeten opstellen voor haar activiteiten in de EU.

De omvang van de gevolgen is aanzienlijk. Alleen al in Nederland vallen naar schatting meer dan 1.000 bedrijven onder de CSRD-vereisten. In andere EU-lidstaten is sprake van een vergelijkbare toename, wat neerkomt op een ingrijpende uitbreiding van de rapportageverplichtingen voor bedrijven.

CategorieBelangrijke drempelsVoorbeeld
Grote ondernemingen in de EU2 van 3: >250 werknemers, >€ 50 miljoen omzet, >€ 25 miljoen activaDuits industrieconcern
Beursgenoteerde ondernemingenEffecten op een gereglementeerde markt in de EU (met uitzondering van micro-markten)Technologisch MKB-bedrijf op Euronext
Groepen van buiten de EU>€ 150 miljoen omzet in de EU + dochteronderneming/vestiging in de EUAmerikaanse moedermaatschappij met activiteiten in de EU

Het is vermeldenswaard dat in het Omnibus-vereenvoudigingspakket wordt voorgesteld bepaalde drempels te verhogen – zo zou de drempel voor het aantal werknemers voor sommige vereisten mogelijk worden verhoogd tot 1.000. Bedrijven moeten echter niet uitgaan van mogelijke vrijstellingen zolang de wetswijzigingen nog niet definitief zijn. Het is verstandig om zich voor te bereiden op naleving op basis van de huidige regels en tegelijkertijd de ontwikkelingen op wetgevingsgebied nauwlettend in de gaten te houden.

Wanneer gaan de rapportageverplichtingen in het kader van de CSRD in? (Tijdschema en geleidelijke invoering)

De rapportageverplichtingen in het kader van de CSRD worden over meerdere boekjaren geleidelijk ingevoerd, waarbij de ingangsdata afhankelijk zijn van het type en de omvang van de onderneming. Om uw goed te kunnen plannen, is het van essentieel belang te weten waar uw zich in dit tijdschema bevindt.

FaseBoekjaarRapport gepubliceerdBedrijven die onder deze regeling vallen
Ronde 120242025Bedrijven die al onder de NFRD vallen (grote PIE’s met meer dan 500 werknemers)
Ronde 220252026Andere grote EU-ondernemingen die aan de CSRD-drempels voldoen
Ronde 320262027Beursgenoteerde kmo’s, kleine, niet-complexe kredietinstellingen, captive-verzekeraars
Ronde 420282029Niet-EU-concerns die onder het toepassingsgebied vallen en een aanzienlijke omzet in de EU hebben

Fase 1 (boekjaar 2024, rapportage in 2025) geldt voor ondernemingen die al onder de NFRD vielen – voornamelijk grote entiteiten van algemeen belang met meer dan 500 werknemers. Deze organisaties zouden al bezig moeten zijn met het verzamelen van data het opstellen van hun eerste CSRD-conforme jaarverslag.

Fase 2 (boekjaar 2025, rapportage in 2026) heeft betrekking op andere grote ondernemingen die voldoen aan de omvangdrempels van de CSRD, maar die voorheen niet verplicht waren om te rapporteren in het kader van de NFRD. Als uw de drempel van 250 werknemers of een omzet van 50 miljoen euro overschrijdt, is dit waarschijnlijk uw .

In fase 3 (boekjaar 2026, rapportage in 2027) vallen beursgenoteerde kmo’s onder het toepassingsgebied, evenals bepaalde kleine en niet-complexe kredietinstellingen en captive-verzekeringsondernemingen. Beursgenoteerde kmo’s beschikken tot 2028 over enige flexibiliteit om zich terug te trekken, waardoor zij indien nodig extra voorbereidingstijd krijgen.

In fase 4 (boekjaar 2028, rapportage in 2029) worden de vereisten uitgebreid tot in aanmerking komende niet-EU-ondernemingen – dat wil zeggen concerns uit derde landen die een omzet van meer dan 150 miljoen euro in de EU behalen en een aanzienlijke aanwezigheid in de EU hebben.

De lidstaten mogen via nationale wetgeving specifieke uitvoeringsbepalingen vaststellen, maar zij mogen het EU-brede minimumtijdschema niet vertragen. Bedrijven dienen in de periode 2025-2026 zowel de mededelingen van de EU als de omzettingswetgeving van hun eigen land nauwlettend in de gaten te houden, met name gezien de mogelijke aanpassingen in de tijdschema’s voor kleinere entiteiten in het kader van het Omnibuspakket.

Wat moeten bedrijven precies rapporteren in het kader van de CSRD?

CSRD-rapportage gaat veel verder dan het aanvinken van vakjes op een nalevingschecklist. De richtlijn schrijft zowel beschrijvende als kwantitatieve informatievoorziening voor met betrekking tot strategie, governance, risico’s, doelstellingen en prestaties op alle materiële ESG-thema’s.

De kern van de CSRD-rapportage wordt gevormd door het principe van dubbele materialiteit. Dit concept vereist dat bedrijven informatie vanuit twee verschillende perspectieven beoordelen en openbaar maken. Impactmaterialiteit vraagt: welke invloed heeft uw op mensen en het milieu? Dit omvat uw , personeelsbeleid en de effecten op betrokken gemeenschappen in uw . Financiële materialiteit stelt de omgekeerde vraag: hoe beïnvloeden duurzaamheidskwesties de financiële prestaties, positie en vooruitzichten uw ? Dit omvat risico's voor kasstromen, toegang tot kapitaal en potentiële kansen die voortvloeien uit de transitie naar een duurzame economie.

Bedrijven moeten duurzaamheidsoverwegingen integreren in verschillende belangrijke rapportagegebieden. Uw bedrijfsmodel en strategie moeten worden toegelicht in het licht van duurzaamheid, met inbegrip van geloofwaardige transitieplannen die aansluiten bij de doelstellingen voor het tegengaan van klimaatverandering en het traject naar klimaatneutraliteit in 2050. In Governance moet worden beschreven hoe de raad van bestuur en het management toezicht houden op duurzaamheidskwesties, met inbegrip van eventuele beloningsstructuren die gekoppeld zijn aan ESG-prestaties.

Risico- en kansenbeheer krijgt binnen de CSRD veel aandacht. Bedrijven moeten duurzaamheidsrisico’s en -kansen in de gehele waardeketen – en niet alleen in hun directe bedrijfsactiviteiten – in kaart brengen en toelichten hoe hiermee wordt omgegaan. Dit strekt zich uit tot due diligence in de toeleveringsketen en de milieueffecten van activiteiten stroomopwaarts en stroomafwaarts.

De informatieverschaffing over beleid en maatregelen bestrijkt het volledige spectrum van duurzaamheidskwesties: het tegengaan van en aanpassen aan klimaatverandering, het voorkomen van vervuiling, de bescherming van mariene hulpbronnen en biodiversiteit, praktijken op het gebied van de circulaire economie, arbeidsomstandigheden, mensenrechten in bedrijfsactiviteiten en toeleveringsketens, en zakelijk gedrag, waaronder maatregelen ter bestrijding van corruptie.

Voor doelstellingen en prestatiemaatstaven zijn meetbare KPI’s, referentiewaarden en voortgangsregistratie nodig. Als uw een doelstelling voor de vermindering van broeikasgassen vaststelt, u de methodologie, het tijdschema en de tussentijdse mijlpalen toelichten. De CSRD verplicht bedrijven om scope 3 te rapporteren – indirecte emissies die in de hele waardeketen plaatsvinden – die vaak het grootste deel van de ecologische voetafdruk van een bedrijf uitmaken.

Om een beeld te geven van het verwachte detailniveau: denk bijvoorbeeld aan de rapportage over biodiversiteit in het kader van ESRS E4. Bedrijven die een wezenlijke invloed hebben op ecosystemen moeten gegevens over habitats, impact assessments negatieve impact assessments soorten en ecosystemen, en specifieke maatregelen ter beperking of herstel openbaar maken. Dit zijn geen algemene beschrijvingen, maar gedetailleerde, verifieerbare data.

De CSRD schrijft ook rapportage voor over verschillende tijdshorizonten (korte, middellange en lange termijn), waardoor beleggers inzicht krijgen in zowel de directe risico’s als de strategische positionering op de lange termijn. De richtlijn is er expliciet op gericht waardevolle inzichten te verschaffen in de manier waarop bedrijven zich voorbereiden op de transitie naar klimaatneutraliteit.

Europese standaarden voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS)

De Europese normen voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS) vormen het gedetailleerde regelwerk dat de algemene vereisten van de CSRD omzet in concrete informatieverplichtingen. Inzicht in de ESRS is essentieel, omdat deze normen precies vastleggen welke informatie u verzamelen, berekenen en publiceren.

In november 2022 heeft de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) de eerste reeks van 12 ontwerp-ESRS bij de Europese Commissie ingediend. Na herzieningen heeft de Commissie deze medio 2023 als gedelegeerde handelingen vastgesteld, waardoor ze wettelijk bindend zijn voor CSRD-rapportage met ingang van boekjaren die op of na 1 januari 2024 aanvangen.

De ESRS-architectuur bestaat uit twee overkoepelende normen en tien thematische normen:

StandaardDekking
Overkoepelend
ESRS 1Algemene vereisten (uitgangspunten, concepten, structuur)
ESRS 2Algemene vermeldingen (verplicht voor alle rapporteurs)
Milieu
ESRS E1Klimaatverandering
ESRS E2Vervuiling
ESRS E3Water en mariene hulpbronnen
ESRS E4Biodiversiteit en ecosystemen
ESRS E5Grondstoffengebruik en circulaire economie
Sociaal
ESRS S1Eigen personeel
ESRS S2Werknemers in de waardeketen
ESRS S3Getroffen gemeenschappen
ESRS S4Consumenten en eindgebruikers
Governance
ESRS G1Zakelijk gedrag

De algemene informatievereisten van ESRS 2 zijn verplicht voor alle CSRD-rapporteurs – er geldt geen vrijstelling op basis van materialiteit. Deze vereisten hebben betrekking op fundamentele informatie over governance, strategie en de wijze waarop de onderneming materiële duurzaamheidskwesties identificeert.

Voor actuele normen (E1-E5, S1-S4, G1) passen bedrijven deze toe op basis van hun dubbele materialiteitsbeoordeling. Als klimaatverandering van materieel belang is voor uw (wat voor de meeste bedrijven waarschijnlijk het geval is), is ESRS E1 volledig van toepassing. Als uw slechts in beperkte mate raakvlakken hebben met mariene hulpbronnen, hoeft ESRS E3 mogelijk geen uitgebreide informatieverschaffing te vereisen.

Sectorspecifieke normen zijn nog in ontwikkeling; de Commissie heeft de invoering van de sectorale ESRS momenteel uitgesteld tot ten minste juni 2026. Het omnibuspakket voor vereenvoudiging van 2025 is er ook op gericht de complexiteit voor beursgenoteerde kmo’s te verminderen en mogelijk vereenvoudigde rapportagemogelijkheden te bieden.

Zowel de openbaarmakingsvereisten (het „wat”) als de toepassingsrichtlijnen (het „hoe”) binnen de ESRS wegen zwaar. Samen bepalen ze hoe gedetailleerd en toekomstgericht duurzaamheidsrapportage moet zijn – en ze betekenen een aanzienlijke verbetering ten opzichte van eerdere vrijwillige ESG-rapportagekaders.

ESG data, technologie en verificatie in het kader van de CSRD

De CSRD tilt data hetzelfde niveau van governance betrouwbaarheid dat van financiële data wordt verwacht. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop bedrijven niet-financiële data verzamelen, beheren en verifiëren.

Voor de meeste organisaties zijn de huidige methoden voor data – die vaak gebaseerd zijn op spreadsheets, handmatige berekeningen en gedecentraliseerde processen – simpelweg niet schaalbaar genoeg om aan de CSRD-vereisten te voldoen. Bedrijven hebben robuuste systemen data nodig waarmee informatie uit hun gehele waardeketen kan worden verzameld, inclusief historische referentiewaarden en toekomstgerichte prognoses die verder reiken dan de directe bedrijfsactiviteiten.

De uitdagingen data technologie zijn aanzienlijk. Ten eerste moeten organisaties data integreren data hun bedrijfssystemen – of het nu gaat om koppeling met bestaande ERP-platforms, de implementatie van speciale software voor duurzaamheidsrapportage of het opzetten data die informatie van dochterondernemingen, leveranciers en andere partners in de waardeketen samenbrengen. Ten tweede hebben bedrijven behoefte aan duidelijk omschreven methodologieën en aannames voor het berekenen van indicatoren zoals scope 3 of indicatoren voor sociale impact, in combinatie met gedocumenteerde interne controles die data waarborgen. Ten derde vereist de CSRD machinaal leesbare rapportage via het European Single Electronic Format (ESEF), met digitale tagging van duurzaamheidsinformatie. Dit betekent dat uw data gestructureerd data zijn voor geautomatiseerde controle en vergelijking in de Europese database met één toegangspunt.

De vereisten inzake zekerheidsverklaringen zorgen voor een extra niveau van strengheid. De CSRD verplicht bedrijven tot het publiceren van periodieke verslagen die zijn gecontroleerd door een externe accountant of een onafhankelijke instantie die zekerheidsverklaringen afgeeft. In eerste instantie is een beperkte zekerheidsverklaring vereist, wat inhoudt dat de accountant de processen en verklaringen van de organisatie beoordeelt zonder een diepgaand operationeel onderzoek uit te voeren. De EU is echter van plan om later in dit decennium, mogelijk rond 2030, over te stappen op een redelijke zekerheidsverklaring (vergelijkbaar met de normen voor financiële controles). Deze verscherping betekent dat de procedures voor zekerheidsverklaringen steeds veeleisender zullen worden.

De lidstaten bepalen wie deze externe controle mag uitvoeren – doorgaans wettelijk aangewezen accountants of andere erkende instanties voor duurzaamheidscontrole. De sancties bij niet-naleving verschillen per rechtsgebied. In een Duits wetsontwerp wordt bijvoorbeeld voorzien in boetes die kunnen oplopen tot enkele miljoenen euro’s of een percentage van de omzet bij wezenlijke onjuistheden of het nalaten van rapportage.

De boodschap is duidelijk: bedrijven moeten data dezelfde nauwkeurigheid behandelen als financiële verslaglegging. Als men wacht tot het laatste moment om deze capaciteiten op te bouwen, ontstaat er een aanzienlijk nalevingsrisico.

Hoe bereid je je voor op de CSRD: praktische stappen voor bedrijven

De voorbereiding op naleving van de CSRD neemt doorgaans meerdere verslagleggingscycli in beslag. Als uw verplichte verslagjaar 2025 of 2026 is, u al volop bezig zijn met de voorbereidingen. Als het 2027 of later is, is dit het moment om de basis te leggen.

Stap 1: Bepaal uw en het tijdschema. Ga eerst na of uw onder het toepassingsgebied van de CSRD valt aan de hand van de eerder besproken wettelijke drempels. Houd goed rekening met de groepsstructuur: als ueen dochteronderneming uvan een grotere groep, kunnen de rapportageverplichtingen voortvloeien uit het moederbedrijf. Bepaal uw startdatum en werk terug in de tijd om een realistisch tijdschema voor de voorbereiding op te stellen.

Stap 2: Voer een grondige dubbele materialiteitsbeoordeling uit. Dit vormt de basis voor naleving van de CSRD. U moet vaststellen welke duurzaamheidskwesties zowel vanuit het oogpunt van impact als vanuit financieel oogpunt van materieel belang zijn. Dit is geen theoretische exercitie: betrek belangrijke interne belanghebbenden (financiën, bedrijfsvoering, risico, HR) en externe belanghebbenden (investeerders, klanten, het maatschappelijk middenveld) erbij om een alomvattend beeld te krijgen. Leg uw en conclusies vast, aangezien auditors deze beoordeling zullen controleren.

Stap 3: Voer een lacuneanalyse uit van de huidige rapportage ten opzichte van de ESRS-vereisten. Vergelijk de informatie die u verstrekt met wat de ESRS voorschrijft. Breng voor elke toepasselijke norm in kaart data ontbreken, data methodologische lacunes data en op welke gebieden de interne controles moeten worden aangescherpt. Deze analyse laat zien waar u uw middelen op moet richten.

Stap 4: Stel uw op. Stel een gedetailleerd implementatieplan op dat de volgende aspecten omvat: governance wie is intern verantwoordelijk voor de CSRD?), beleid (welke nieuwe procedures zijn er nodig?), data (hoe gaat u data over de waardeketen u ?), technologie (welke systemen moeten worden geüpgraded?), interne controles (hoe gaat u data u ?) en opleiding (wie heeft bijscholing nodig?). Wijs voor elke werkstroming duidelijke verantwoordelijkheden en tijdschema’s toe.

Stap 5: Proefverslaglegging vóór uw jaar uw . Als uw verplichte verslag betrekking heeft op het boekjaar 2025, kunt u overwegen om voor 2024 een proefverslag op te stellen om uw processendata , de kwaliteit van de toelichting en de mate van voorbereiding op de controle te toetsen. Het is veel beter om eventuele problemen tijdens een proefjaar te signaleren dan pas wanneer het verslag wettelijk verplicht is.

Functieoverschrijdende samenwerking is essentieel. Naleving van de CSRD-richtlijn is niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van het ESG-team. Financiën, risicobeheer, IT, juridische zaken, interne audit en de bedrijfsonderdelen spelen allemaal een cruciale rol. Beschouw dit als een bedrijfsbrede transformatie, niet als een op zichzelf staand duurzaamheidsproject.

Kijk ten slotte ook eens naar de strategische voordelen. Bedrijven die de CSRD uitsluitend zien als een verplichting op het gebied van naleving, laten de kans liggen om de verplichte rapportage in te zetten als concurrentievoordeel. Een beter inzicht in duurzaamheidsrisico’s leidt tot beter risicobeheer. Meer transparantie versterkt de communicatie met beleggers. En door uw systematisch te analyseren vanuit een duurzaamheidsperspectief, komen vaak verbetermogelijkheden aan het licht die zowel het bedrijfsresultaat als de bredere groep belanghebbenden ten goede komen.

De bedrijven die het beste met de CSRD zullen omgaan, zijn de bedrijven die er vroeg mee beginnen, investeren in data degelijke data en de richtlijn zien als een kans om duurzaamheid in hun kernstrategie te verankeren – en niet alleen als een rapportageverplichting die eens per jaar moet worden vervuld.

Belangrijkste punten

  • De CSRD is EU-wetgeving die sinds januari 2023 van kracht is en die de verplichte duurzaamheidsrapportage drastisch uitbreidt naar bijna 50.000 bedrijven
  • De richtlijn schrijft voor dat er gedetailleerde informatie moet worden verstrekt over ESG-effecten, -risico’s en -kansen in de gehele waardeketen, met gebruikmaking van de Europese normen voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS)
  • Een dubbele materialiteitsbeoordeling is van fundamenteel belang: bedrijven moeten zowel rapporteren over de invloed die zij uitoefenen op duurzaamheidskwesties als over de invloed die duurzaamheidskwesties hebben op hun financiële resultaten
  • De rapportagefase loopt van 2025 tot en met 2029, afhankelijk van de omvang en het type van de onderneming, waarbij zowel EU-ondernemingen als in aanmerking komende niet-EU-ondernemingen onder de regeling vallen
  • Informatie over duurzaamheid moet extern worden gecontroleerd, te beginnen met een beperkte controle, om later dit decennium over te gaan naar een redelijke controle
  • De voorbereiding neemt doorgaans meerdere verslagperiodes in beslag – bedrijven zouden nu al moeten beginnen, ongeacht hun specifieke startdatum

De CSRD betekent een fundamentele verschuiving in de manier waarop bedrijven duurzaamheid benaderen. De tijd van vrijwillige, onsamenhangende ESG-rapportage loopt ten einde. Of u dit als een last of als een kans u , hangt grotendeels af van hoe vroeg en strategisch u .

Als uw onder het toepassingsgebied van de CSRD valt, is dit het moment om in actie te komen. Stel uw op, begin met uw materialiteitsbeoordeling en begin met het opzetten van de data unodig u. Organisaties die er vroeg bij zijn, zullen merken dat naleving van de CSRD goed te doen is – en kunnen gaandeweg zelfs waardevolle inzichten opdoen die hun bedrijf versterken.