Home » Blogs » CSDDD: Corporate Sustainability Due Diligence Directive en de laatste wijzigingen

Blogpost

CSDDD: Corporate Sustainability Due Diligence Directive en de meest recente wijzigingen

Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) een keerpunt voor duurzaam ondernemen in de Europese Unie. Als uafvraagt wat deze EU-wetgeving voor uw betekent, is hier het korte antwoord: de CSDDD verplicht grote bedrijven om negatieve gevolgen voor de mensenrechten en het milieu in hun gehele waardeketen in kaart te brengen, te voorkomen, te beperken en te herstellen – niet alleen…

Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) een keerpunt voor duurzaam ondernemen in de Europese Unie. Als uafvraagt wat deze EU-wetgeving voor uw betekent, is hier het korte antwoord: de CSDDD verplicht grote ondernemingen om negatieve gevolgen voor de mensenrechten en het milieu in hun gehele waardeketen in kaart te brengen, te voorkomen, te beperken en te herstellen – niet alleen binnen hun eigen bedrijfsactiviteiten, maar ook bij dochterondernemingen en zakenpartners.

De Raad heeft de CSDDD op 24 mei 2024 formeel aangenomen. De richtlijn is op 5 juli 2024 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en is op 25 juli 2024 in werking getreden. Dit tijdschema is van belang omdat het de klok laat tikken voor bedrijven om zich voor te bereiden op de verplichte zorgvuldigheidsverplichtingen die de manier waarop bedrijven die in de EU actief zijn omgaan met verantwoord ondernemen fundamenteel zullen veranderen.

Op grond van de richtlijn inzake duurzaamheidszorgvuldigheid moeten bedrijven die onder het toepassingsgebied vallen, uitgebreide zorgvuldigheidsprocedures opzetten die betrekking hebben op hun eigen activiteiten, dochterondernemingen en zowel directe als indirecte zakenpartners. De richtlijn is gericht op grote bedrijven die aan specifieke drempels voldoen: 1.000 of meer werknemers en een wereldwijde netto-omzet van 450 miljoen euro of meer. Niet-EU-bedrijven die binnen de EU een vergelijkbare omzet genereren, vallen eveneens onder de vereisten, evenals bepaalde franchise- of licentieovereenkomsten.

De uitvoering vindt plaats in fasen tussen 2028 en 2030, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2025/794. Bedrijven die hun zorgvuldigheidsverplichtingen niet nakomen, krijgen te maken met ernstige gevolgen: boetes kunnen oplopen tot 5% van de wereldwijde netto-omzet, afhankelijk van de wijze waarop de EU-lidstaten de nationale wetgeving ten uitvoer leggen.

De belangrijkste feiten in één oogopslag:

  • De CSDDD is bindende EU-wetgeving inzake mensenrechten en milieudue diligence
  • Aangenomen op 24 mei 2024, in werking getreden op 25 juli 2024
  • Geldt voor EU-bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en een omzet van meer dan 450 miljoen euro
  • Ook bedrijven van buiten de EU met een vergelijkbare omzet in de EU vallen onder het toepassingsgebied
  • Geleidelijke invoering van 2028 tot 2030
  • Maximale boetes tot 5% van de wereldwijde omzet
  • Dit geldt ook voor dochterondernemingen en zakelijke relaties in de hele waardeketen

Juridische ontwikkeling en belangrijke mijlpalen in de wetgeving

De CSDDD is niet van de ene op de andere dag ontstaan. Als we de wetgevingsprocedure ervan bekijken, wordt duidelijk waarom de richtlijn haar huidige vorm heeft gekregen en wat de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad ertoe heeft bewogen om te kiezen voor een verplichte in plaats van een vrijwillige aanpak van verantwoord ondernemerschap.

De Europese Commissie heeft op 23 februari 2022 haar eerste voorstel bekendgemaakt als onderdeel van de bredere agenda van de Europese Green Deal. Dit voorstel had tot doel een cruciale leemte op te vullen: hoewel bestaande kaders verantwoord ondernemen aanmoedigden, ontbrak het hen aan handhavingsmogelijkheden. De Commissie erkende dat mondiale toeleveringsketens bindende regels nodig hadden om ervoor te zorgen dat de verantwoordingsplicht van bedrijven verder reikt dan de bedrijfsgrenzen.

De onderhandelingen tussen de Raad en het Parlement verliepen moeizaam. Verschillende lidstaten uitten hun bezorgdheid over het concurrentievermogen, de administratieve lasten en de reikwijdte. In december 2023 werd een voorlopig politiek akkoord bereikt, waarmee het kader voor de definitieve onderhandelingen werd vastgesteld. Het Europees Parlement keurde de richtlijn in april 2024 goed – meer bepaald tijdens de plenaire vergadering van 24 april 2024 – waarna de Raad de richtlijn op 24 mei 2024 formeel aannam.

Door de publicatie in het Publicatieblad (PB L 202 van 5 juli 2024) werd de richtlijn officieel EU-recht, met inwerkingtreding op 25 juli 2024. Omdat men zich echter bewust was van de uitdagingen bij de tenuitvoerlegging, werd de oorspronkelijke CSDDD vervolgens bij Richtlijn (EU) 2025/794 gewijzigd om de omzettingstermijnen en de tijdschema’s voor de toepassing aan te passen, waardoor bedrijven extra voorbereidingstijd kregen.

Het is van cruciaal belang om de relatie tussen de CSDDD en andere EU-initiatieven op het gebied van duurzaamheid te begrijpen. De Corporate Sustainability Reporting Directive CSRD) richt zich op informatieverschaffing: wat bedrijven moeten rapporteren over hun prestaties op het gebied van duurzaamheid. De CSDDD gaat een stap verder door concrete maatregelen verplicht te stellen: daadwerkelijke due diligence-maatregelen, risicobeheer en herstelmaatregelen. Samen vormen deze kaders een alomvattende aanpak waarbij bedrijven zowel verantwoord moeten handelen als transparant verslag moeten doen van hun inspanningen.

Belangrijke mijlpalen op wetgevingsgebied:

  • 23 februari 2022: Europese Commissie keurt eerste voorstel goed
  • December 2023: Voorlopig politiek akkoord tussen de Raad en het Parlement
  • 24 april 2024: goedkeuring door het Europees Parlement
  • 24 mei 2024: formele goedkeuring door de Raad
  • 5 juli 2024: Publicatie in het Publicatieblad (PB L 202)
  • 25 juli 2024: Inwerkingtreding
  • 2025: Richtlijn (EU) 2025/794 aangenomen, tot wijziging van de termijnen

Toepassingsgebied van de CSDDD: welke bedrijven vallen hieronder en wanneer

Om te bepalen of de CSDDD op uw van toepassing is, moet worden gekeken naar de specifieke kwantitatieve drempels die in artikel 2 van de richtlijn zijn vastgelegd. De definitieve criteria hebben betrekking op het aantal werknemers en de omzet, gemeten over twee opeenvolgende boekjaren.

Voor EU-ondernemingen geldt de regeling wanneer een onderneming ten minste 1 000 werknemers in dienst heeft en een wereldwijde netto-omzet van 450 miljoen euro behaalt. Aan beide drempels moet in elk van de laatste twee relevante boekjaren zijn voldaan. Deze dubbele voorwaarde voorkomt dat ondernemingen aan de regeling kunnen ontsnappen door tijdelijke schommelingen in het personeelsbestand of de omzet.

Uitleg over de dekkingscategorieën:

  • EU-ondernemingen: in de Europese Unie gevestigde ondernemingen die voldoen aan de drempels van 1 000 werknemers en een omzet van 450 miljoen euro
  • Bedrijven van buiten de EU: bedrijven uit derde landen die binnen de EU een vergelijkbare omzet (450 miljoen euro of meer) genereren, ongeacht hun wereldwijde aanwezigheid
  • Hoofdmoedermaatschappij: Moedermaatschappijen van grote concerns die op geconsolideerde basis aan de drempelwaarden voldoen, zijn verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften binnen het hele concern
  • Franchise- en licentiemodellen: ondernemingen die opereren op basis van franchise- of licentieovereenkomsten en die ten minste 22,5 miljoen euro aan royalty’s binnen de EU genereren, waarbij de totale omzet van de groep meer dan 80 miljoen euro bedraagt

Bij de berekening van het personeelsbestand worden specifieke regels gehanteerd om consistentie te waarborgen. Het personeelsbestand van het bedrijf omvat voltijdsequivalenten, en het is belangrijk dat ook uitzendkrachten in de berekening van het personeelsbestand worden meegeteld. Deze aanpak sluit aan bij de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie inzake werkgelegenheidsdrempels en voorkomt dat bedrijven hun schijnbare omvang kunstmatig verkleinen door middel van personeelsstructuren.

De gefaseerde implementatiekalender uit hoofde van Richtlijn (EU) 2025/794 biedt kleinere bedrijven die onder de richtlijn vallen wat ademruimte:

  • Vanaf 26 juli 2028: Bedrijven met meer dan 3.000 werknemers en een omzet van meer dan 900 miljoen euro
  • Vanaf 26 juli 2029: middelgrote ondernemingen die aan de tussendrempels voldoen
  • Vanaf 26 juli 2030: alle overige ondernemingen die voldoen aan de basiscriteria van 1 000 werknemers en een omzet van 450 miljoen euro

Entiteiten uit de financiële sector krijgen op grond van de richtlijn een speciale behandeling. Hoewel financiële instellingen eerder klimaattransitieplannen moeten opstellen, worden de volledige zorgvuldigheidsverplichtingen met betrekking tot hun cliënten en beleggingsactiviteiten uitgesteld; twee jaar na de inwerkingtreding vindt er een evaluatie plaats om te beoordelen welke eisen voor deze economische sector passend zijn.

De belangrijkste verplichtingen inzake due diligence en het zesstappenproces van de OESO

De CSDDD verwerkt het OESO-kader voor zorgvuldigheidsrichtlijnen effectief in het EU-recht, waardoor het zesstappenproces verplicht wordt voor bedrijven die onder de regeling vallen. Inzicht in deze stappen is essentieel voor elke inspanning op het gebied van naleving.

Stap 1: Neem zorgvuldigheidsonderzoek op in het beleid en de managementsystemen

Bedrijven moeten een beleid inzake zorgvuldigheidsonderzoek opstellen dat betrekking heeft op hun eigen activiteiten, dochterondernemingen en zakenpartners in de gehele waardeketen. Dit beleid moet worden geïntegreerd in bestaande risicobeheersystemen en mag niet worden beschouwd als een op zichzelf staande nalevingsmaatregel. Toezicht op bestuursniveau en een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden over de relevante bedrijfsfuncties zijn vereist.

Stap 2: De feitelijke en mogelijke negatieve effecten in kaart brengen en beoordelen

Het in de CSDDD beschreven due diligence-proces verplicht bedrijven om hun waardeketens in kaart te brengen en vast te stellen waar risico’s op het gebied van mensenrechten en milieu bestaan. Dit houdt in dat negatieve gevolgen voor de mensenrechten (zoals dwangarbeid of kinderarbeid) en voor het milieu (zoals vervuiling of aantasting van de biodiversiteit) moeten worden beoordeeld. Zo moet een chocoladeproducent bijvoorbeeld de inkoop van cacao bij West-Afrikaanse leveranciers grondig onderzoeken, aangezien daar het risico op kinderarbeid goed gedocumenteerd is.

Stap 3: Negatieve effecten voorkomen, beperken of beëindigen

Zodra risico’s zijn vastgesteld, moeten bedrijven passende maatregelen nemen op het gebied van due diligence met betrekking tot mensenrechten en milieu. Dit kan onder meer inhouden dat ze van leverancier veranderen, corrigerende maatregelen nemen of hun zakenpartners ondersteunen bij capaciteitsopbouw. Contractuele garanties alleen zijn onvoldoende: bedrijven moeten aantonen dat ze zich daadwerkelijk inspannen om mogelijke negatieve gevolgen voor de mensenrechten en het milieu aan te pakken.

Stap 4: De doeltreffendheid van de maatregelen inzake zorgvuldigheidsonderzoek monitoren en beoordelen

De richtlijn schrijft voortdurende monitoring voor – geen eenmalige beoordelingen. Bedrijven moeten bijhouden of hun zorgvuldigheidsmaatregelen daadwerkelijk schade voorkomen of beperken, en hun aanpak aanpassen wanneer deze niet effectief blijkt te zijn. Dit leidt tot een cyclus van voortdurende verbetering die aansluit bij het relevante internationale kader voor verantwoord ondernemen.

Stap 5: Geef aan hoe de gevolgen worden aangepakt

Transparantie is belangrijk. Bedrijven moeten hun inspanningen op het gebied van zorgvuldigheidsonderzoek openbaar maken; deze vallen vaak samen met de rapportageverplichtingen uit hoofde van de CSRD. Jaarrekeningen en duurzaamheidsverslagen moeten een weergave zijn van de activiteiten en resultaten op het gebied van zorgvuldigheidsonderzoek.

Stap 6: Zorg voor sanering of werk hieraan mee

Wanneer er ondanks alle zorgvuldigheid toch schade ontstaat, moeten bedrijven zorgen voor herstelmaatregelen of hieraan meewerken. Dit houdt onder meer in dat er klachtenprocedures moeten worden ingesteld die toegankelijk zijn voor de betrokken belanghebbenden – werknemers, gemeenschappen, maatschappelijke organisaties – en dat er met zakenpartners wordt samengewerkt om klachten af te handelen.

Het vereiste beleid inzake zorgvuldigheidsonderzoek op grond van de artikelen 5 en 6 moet duidelijke onderdelen bevatten: een strategie voor het identificeren en aanpakken van effecten, een gedragscode die van toepassing is op zakenpartners, en procedures voor de uitvoering ervan. Bedrijven moeten dit beleid ten minste om de 24 maanden actualiseren, of na ingrijpende gebeurtenissen zoals het betreden van een nieuwe risicovolle sector of geografische markt.

Betrokkenheid van belanghebbenden is geen optie. Bedrijven moeten waar nodig overleg plegen met de betrokken gemeenschappen, vertegenwoordigers van werknemers en maatschappelijke organisaties. Deze vereiste sluit aan bij het beginsel inzake bedrijfsleven en mensenrechten dat degenen die door bedrijfsactiviteiten worden geraakt, inspraak moeten hebben in de manier waarop met de gevolgen wordt omgegaan.

Governance, risicobeheer en klimaattransitieplannen

CSDDD zorgt voor een fundamentele herziening van de manier waarop duurzaamheidsrisico’s in het kader van corporate governance worden aangepakt. Bestuursleden dragen de expliciete verantwoordelijkheid om toezicht te houden op het due diligence-beleid en ervoor te zorgen dat dit wordt geïntegreerd in de strategische besluitvorming – dit is geen taak die aan middenkadermanagers wordt gedelegeerd, maar een verantwoordingsmechanisme op bestuursniveau.

In de nationale uitvoeringswetgeving zullen de precieze taken van bestuurders worden vastgelegd, maar de richtlijn stelt duidelijke verwachtingen: bestuurders moeten toezicht houden op risicobeoordelingen, het beleid inzake zorgvuldigheidsonderzoek goedkeuren en zorgen voor voldoende middelen voor de uitvoering ervan. Dit betekent een verschuiving waarbij bij financiële beslissingen die van invloed zijn op de onderneming rekening moet worden gehouden met mensenrechten en milieuoverwegingen.

Minimale governance volgens de CSDDD:

  • Toezicht op het due diligence-beleid en de uitvoering daarvan door de raad van bestuur of het directiecomité
  • Duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden over de relevante bedrijfsafdelingen (juridische zaken, compliance, inkoop, duurzaamheid, HR)
  • Integratie van due diligence-risico’s in kaders voor bedrijfsrisicobeheer
  • Vastgestelde escalatieprocedures voor geïdentificeerde risico’s met een hoge ernstgraad
  • Regelmatige rapportage aan het management over de doeltreffendheid van de due diligence

Veel bedrijven richten op bestuursniveau speciale duurzaamheidscommissies op of benoemen functionarissen voor mensenrechten en milieu die rechtstreeks aan het topmanagement rapporteren. Functieoverschrijdende ESG-stuurgroepen helpen ervoor te zorgen dat due diligence wordt geïntegreerd in de kernprocessen van het bedrijf, in plaats van opgesloten te blijven in een compliance-afdeling.

Klimaattransitieplannen vormen een duidelijke verplichting voor bedrijven met climate impact aanzienlijke climate impact. Deze plannen moeten bedrijfsmodellen afstemmen op de 1,5 °C-doelstelling uit het Akkoord van Parijs, waarbij meetbare tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld om tot netto nuluitstoot te komen. Hoewel bepaalde verplichte klimaatbepalingen tijdens politieke onderhandelingen zijn afgezwakt, verwacht de CSDDD nog steeds geloofwaardige transitietrajecten van de betrokken bedrijven.

De wisselwerking tussen klimaattransitieplannen en CSRD-rapportage leidt tot synergieën:data voor due diligence-doeleindendata , worden meegenomen in de rapportagevereisten, waardoor dubbel werk wordt voorkomen wanneer de systemen goed zijn opgezet.

Handhaving, toezicht en burgerlijke aansprakelijkheid

De kracht van de CSDDD ligt in de handhavingsbepalingen. De lidstaten moeten een of meer toezichthoudende autoriteiten aanwijzen om toe te zien op de naleving, onderzoek te doen naar ondernemingen en sancties op te leggen. De artikelen 17 tot en met 21 vormen het kader voor het administratieve toezicht waaraan ondernemingen zich moeten houden.

Een Europees netwerk van toezichthoudende autoriteiten zal zorgen voor gecoördineerde handhavingspraktijken in de hele EU, door informatie uit te wisselen en een consistente toepassing te bevorderen. Dit voorkomt dat bedrijven op zoek gaan naar rechtsgebieden met milde regelgeving en draagt ertoe bij dat uniforme bedrijfsmethoden voor naleving niet worden geconfronteerd met regelgevingsarbitrage.

Mogelijke sancties zijn onder meer:

  • Administratieve boetes: tot 5% van de wereldwijde netto-omzet van een onderneming in het betreffende boekjaar. Voor een onderneming met een omzet van 2 miljard euro betekent dit een potentiële boete van 100 miljoen euro.
  • Nalevingsbevelen en dwangbevelen: autoriteiten kunnen specifieke corrigerende maatregelen opleggen
  • Uitsluiting van overheidsopdrachten: Ernstige of herhaalde overtredingen kunnen leiden tot uitsluiting van overheidsopdrachten of overheidssteun, voor zover de nationale wetgeving in dergelijke maatregelen voorziet

De regeling inzake burgerlijke aansprakelijkheid in het kader van de CSDDD verdient bijzondere aandacht. Slachtoffers van schendingen van de mensenrechten of milieuschade kunnen een vordering instellen tegen bedrijven die hebben nagelaten de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen. De verjaringstermijn bedraagt vijf jaar, en de regels inzake de openbaarmaking van bewijsmateriaal en de verdeling van de kosten zijn bedoeld om de toegang tot de rechter voor de betrokken partijen te vergemakkelijken.

Bedrijven kunnen aansprakelijk worden gesteld voor schade die door hun dochterondernemingen en bepaalde zakenpartners wordt veroorzaakt, wanneer zij hebben nagelaten passende maatregelen op het gebied van zorgvuldigheid te nemen. Cruciaal is dat contractuele bepalingen waarin van leveranciers wordt geëist dat zij aan normen voldoen, onvoldoende zijn om van aansprakelijkheid te worden ontheven: bedrijven moeten aantonen dat zij daadwerkelijk zorgvuldigheid in acht hebben genomen.

Dit kader voor wettelijke aansprakelijkheid houdt in dat onafhankelijke externe bedrijven die audits uitvoeren, de betrokken bedrijven niet volledig kunnen vrijwaren van juridische risico’s. Het is daadwerkelijke zorgvuldigheid – en niet alleen papierwerk – die bepalend is voor de aansprakelijkheid.

Verband met andere ESG-wetgeving en de politieke context

Inzicht in de plaats die CSDDD inneemt binnen het bredere regelgevingskader van de EU voorkomt dubbel werk en helpt bedrijven bij het opzetten van geïntegreerde nalevingssystemen.

De relatie tussen de CSDDD en de Corporate Sustainability Reporting Directive complementair: de CSRD regelt wat bedrijven moeten melden over hun duurzaamheidsprestaties in hun volledige waardeketen, terwijl de CSDDD de onderliggende zorgvuldigheidsprocessen en risicobeheermaatregelen regelt. Een bedrijf kan in het kader van de CSRD verslag uitbrengen over arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen en tegelijkertijd de zorgvuldigheidseisen van de CSDDD implementeren om die praktijken daadwerkelijk aan te pakken.

Belangrijke interacties met geneesmiddelen:

  • EU-taxonomie: De CSDDD sluit aan bij de minimale waarborgen inzake due diligence op het gebied van mensenrechten die vereist zijn voor activiteiten die in overeenstemming zijn met de taxonomie
  • Verordening inzake de openbaarmaking van informatie over duurzaamheid (SFDR): Deelnemers aan de financiële markten moeten bij de openbaarmaking van informatie over duurzaamheid rekening houden met de bevindingen van het due diligence-onderzoek
  • Sectorspecifieke regels: de verordening inzake batterijen, de verordening inzake ontbossingsvrije producten en andere maatregelen vormen een aanvulling op de horizontale aanpak van de CSDDD met gerichte eisen

Politieke debatten hebben de uiteindelijke reikwijdte van de CSDDD in belangrijke mate bepaald. Bezorgdheid over het concurrentievermogen van de EU en de administratieve lasten – met name vanuit bepaalde lidstaten en bedrijfsorganisaties – leidde tot aanpassingen waardoor de toepassingssfeer werd beperkt ten opzichte van de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie. Het doel was een evenwicht te vinden tussen verantwoord ondernemerschap en het voorkomen van buitensporige nalevingskosten die bedrijven met banden met de EU zouden kunnen benadelen.

De rol van de politieke ontwikkelingen in de VS, waaronder het anti-ESG-standpunt van de regering-Trump, kwam in de Europese discussies naar voren als een indirecte factor. Sommigen stelden dat de EU voorzichtig te werk moest gaan om concurrentienadelen te voorkomen; anderen voerden aan dat leiderschap op het gebied van duurzaamheidsnormen Europese bedrijven op de lange termijn ten goede zou komen. In geen enkel EU-rechtsdocument wordt de vertraging bij de CSDDD echter rechtstreeks toegeschreven aan een Amerikaanse regering – de ontwikkeling van de richtlijn weerspiegelt de interne politieke dynamiek binnen de EU.

Richtlijn (EU) 2025/794 vloeit voort uit een „vereenvoudigingsagenda” die tot doel heeft dubbele rapportage te verminderen en de voorbereidingstermijnen te verlengen, met behoud van de belangrijkste waarborgen op het gebied van mensenrechten en milieu. Dit evenwicht weerspiegelt de voortdurende spanning tussen ambitie en praktische haalbaarheid in het duurzaamheidsbeleid van de EU.

Praktisch stappenplan voor naleving voor bedrijven die onder de regelgeving vallen

Ook al ligt de datum uw nog jaren in de toekomst, door nu al te beginnen met de voorbereidingen op de naleving voorkomt u een overhaaste implementatie en bouwt u een concurrentievoordeel op. Hier volgt een praktisch stappenplan dat bedrijven direct kunnen volgen.

Fase 1 (Jaar 1): Basis leggen

Begin met een gap-analyse aan de hand van de verwachtingen uit de OESO-richtlijnen voor zorgvuldigheidseisen en de bestaande nationale regelgeving. Als ual voldoet aan de Duitse Lieferkettengesetz of de Franse wet inzake zorgvuldigheidsplicht, u een voorsprong – maar ga er niet vanuit dat u volledig voldoet aan de CSDDD-vereisten.

Belangrijkste taken:

  • Zorg voor governance met duidelijke verantwoordingsplicht op bestuursniveau
  • Ontwerp van een beleid voor initieel due diligence-onderzoek met betrekking tot de eigen bedrijfsactiviteiten, dochterondernemingen en zakenpartners
  • Voer een voorlopige relevantiebeoordeling uit om de segmenten van de waardeketen met het hoogste risico in kaart te brengen
  • Budget en middelen toewijzen voor een meerjarig nalevingsprogramma
  • Schakel juridisch advies in om inzicht te krijgen in de uitvoering van de nationale wetgeving in de betreffende EU-lidstaten

Fase 2 (jaar 2): verdiepingsonderzoek en proefproject

Ga verder dan beleid en onderneem daadwerkelijk actie door je te verdiepen in de risicovolle segmenten van uw .

Belangrijkste taken:

  • Voer een gedetailleerde risicokartering uit van belangrijke leveranciers en zakelijke relaties
  • Betrek belanghebbenden, waaronder werknemersvertegenwoordigers, getroffen gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld
  • Proefprojecten met klachtenprocedures om de toegankelijkheid en doeltreffendheid te testen
  • Stel herstelprotocollen op voor vastgestelde problemen
  • Start waar nodig programma’s voor capaciteitsopbouw bij leveranciers

Fase 3 (jaar 3 en daarna): Volledige uitrol

Schaalbare systemen voor de gehele waardeketen en integratie met andere rapportageverplichtingen.

Belangrijkste taken:

  • Volledige in kaart brengen van de waardeketen met risicobeoordeling
  • data due diligence-onderzoeken integreren data CSRD-rapportagesystemen
  • Zorg voor continue monitoringprocessen
  • Benaderingen verfijnen op basis van effectiviteitsbeoordelingen
  • Leg alle due diligence-maatregelen vast met het oog op een eventuele controle door de toezichthoudende autoriteit

Hoogwaardige data digitale tools zijn onmisbaar voor bedrijven met complexe wereldwijde waardeketens. Platformen voor transparantie in de toeleveringsketen kunnen risicobeoordelingen automatiseren, de prestaties van leveranciers bijhouden en de documentatie bijhouden die toezichthoudende instanties bij inspecties verwachten.

Praktische mijlpalen:

  • Tegen eind 2026: Bedrijven met meer dan 3.000 werknemers moeten ten minste één volledige risicokarteringscyclus hebben doorlopen en een klachtenprocedure hebben getest
  • Tegen eind 2027: Bedrijven uit de tweede categorie moeten beschikken over governance en een eerste beleid
  • Tegen eind 2029: alle onder de regeling vallende bedrijven moeten over volledig operationele systemen voor zorgvuldigheidsonderzoek beschikken

Samenwerking tussen verschillende afdelingen, zoals juridische zaken, compliance, inkoop, duurzaamheid, HR en financiën, is absoluut noodzakelijk. Het algemene bedrijfsconcept dat ten grondslag ligt aan CSDDD is dat due diligence moet worden geïntegreerd in de kernprocessen van het bedrijf – inkoopbeslissingen, due diligence bij fusies en overnames, productontwikkeling – in plaats van te worden behandeld als een op zichzelf staande activiteit.

Gevolgen voor kleinere bedrijven en wereldwijde toeleveringsketens

Hoewel kleine en middelgrote ondernemingen op basis van de drempels voor het aantal werknemers en de omzet over het algemeen buiten het directe toepassingsgebied van de CSDDD vallen, zijn de gevolgen van de richtlijn in de wereldwijde toeleveringsketens zo groot dat kleinere bedrijven daar geen oog voor kunnen sluiten.

Grote ondernemingen die onder de regeling vallen, zullen de vereisten doorgeven aan hun toeleveringsketen. Dit gebeurt via contractuele bepalingen in leveranciersovereenkomsten, bijgewerkte gedragscodes, auditvereisten en programma’s voor capaciteitsopbouw. Als u aan een grote EU-onderneming u , kunt u rekenen op nieuwe verwachtingen op het gebied van zorgvuldigheidsonderzoek, ongeacht de omvang uw .

Uitdagingen voor kleinere leveranciers:

  • Beperkte middelen voor het invoeren van systemen voor zorgvuldigheidsonderzoek
  • Moeilijkheden bij het aantonen van naleving in hun eigen toeleveringsketens
  • Mogelijke kosten van audits en certificeringen die door grotere afnemers worden geëist
  • Het risico om als leverancier te worden geschrapt indien niet aan de vereisten kan worden voldaan

Bepaalde sectoren staan onder bijzonder scherp toezicht. Textielfabrieken in Bangladesh, leveranciers van delfstoffen in de Democratische Republiek Congo en landbouwproducenten in Latijns-Amerika zijn actief in regio’s en sectoren die worden aangemerkt als gebieden met mogelijk grotere negatieve gevolgen. Bedrijven in deze sectoren moeten rekening houden met verscherpte due diligence-eisen van kopers uit de EU.

In de richtlijn en de mededelingen van de Europese Commissie wordt melding gemaakt van mogelijke ondersteuningsmaatregelen voor het mkb, waaronder richtlijnen, technische bijstand en financiële steunregelingen. Kleinere bedrijven moeten echter niet wachten op hulp van buitenaf: proactieve voorbereiding levert een concurrentievoordeel op.

Aanbevelingen voor kleinere bedrijven:

  • Breng uw toeleveringsketen in kaart om inzicht te krijgen in de herkomst van uw
  • Leg bestaande due diligence-maatregelen vast, ook als deze informeel zijn
  • Werkwijzen afstemmen op de OESO-richtlijnen inzake zorgvuldigheidsplicht
  • Stel documentatiepakketten samen die grotere klanten zullen aanvragen
  • Overweeg samenwerkingsverbanden binnen de sector of collectieve auditregelingen om de kosten voor naleving te delen
  • Volg de ontwikkelingen op uw EU-afzetmarkten

Het zakelijke klimaat verschuift in de richting van transparantie in de toeleveringsketen als concurrentievoorwaarde. Kleinere bedrijven die kunnen aantonen dat ze verantwoord ondernemen, zullen toegang blijven houden tot markten die verbonden zijn met de EU, terwijl concurrenten moeite hebben om die achterstand in te halen.

Veelgestelde vragen over CSDDD

Waarin verschilt CSDDD van CSRD?

De CSRD schrijft de rapportage over duurzaamheid voor – wat bedrijven moeten melden over hun ESG-prestaties. De CSDDD schrijft concrete maatregelen voor – wat bedrijven daadwerkelijk moeten doen om schendingen van mensenrechten en milieuschade op te sporen, te voorkomen en te beperken. Een bedrijf zou in theorie een CSRD-rapport kunnen opstellen dat aan de voorschriften voldoet, maar toch niet aan de CSDDD-eisen voldoen als het weliswaar risico’s meldt, maar geen maatregelen neemt om deze aan te pakken.

Is de CSDDD van toepassing op een moedermaatschappij buiten de EU met een dochteronderneming in de EU die een omzet van 500 miljoen euro genereert?

In principe wel. Niet-EU-ondernemingen vallen onder het toepassingsgebied van de CSDDD als zij een omzet van 450 miljoen euro of meer in de EU behalen. Het bedrag van 500 miljoen euro overschrijdt deze drempel, dus de moedermaatschappij zou waarschijnlijk onder de regeling vallen. De beoordeling hangt echter af van de vraag of de omzet op het niveau van de moedermaatschappij wordt gemeten, of de EU-dochteronderneming als een afzonderlijke rechtspersoon opereert, en hoe de lidstaten de specifieke bepalingen ten uitvoer leggen.

Wat wordt onder de CSDDD als een ‘waardeketen’ beschouwd?

De keten van activiteiten omvat zowel upstream-processen (ontwerp, winning, inkoop, productie, transport en opslag van grondstoffen) als downstream-activiteiten (distributie, transport en opslag na de productie). Dit geldt zowel voor directe als indirecte zakenpartners, hoewel de intensiteit van de due diligence kan variëren naargelang de ernst van het risico en de hechtheid van de relatie.

Kan een bedrijf uitsluitend vertrouwen op contractuele bepalingen met leveranciers om aan de voorschriften te voldoen?

Nee. De CSDDD stelt uitdrukkelijk dat contractuele toezeggingen onvoldoende zijn om aan de zorgvuldigheidsplicht te voldoen. Bedrijven moeten daadwerkelijke maatregelen nemen – toezicht, controle, capaciteitsopbouw – die verder gaan dan alleen het eisen dat leveranciers nalevingsverklaringen ondertekenen. Dit leidt niet tot rechtsonzekerheid met betrekking tot contracten; het betekent dat contracten slechts één van de vele instrumenten zijn, en geen volledige verdediging.

Hoe lang hebben slachtoffers de tijd om een vordering in te stellen op grond van de nationale wetgeving ter uitvoering van de CSDDD?

De richtlijn stelt een verjaringstermijn van vijf jaar vast voor vorderingen inzake burgerlijke aansprakelijkheid. In de nationale uitvoeringswetgeving kunnen specifieke procedurele regels zijn vastgelegd, maar deze basisregeling zorgt ervoor dat betrokken partijen voldoende tijd hebben om hun rechten te doen gelden.

Welke documentatie verwachten toezichthoudende autoriteiten bij inspecties?

Er zal worden gevraagd om beleid inzake zorgvuldigheidsonderzoek, risicobeoordelingen, verslagen van raadplegingen van belanghebbenden, auditrapporten van leveranciers, documentatie over klachtenprocedures, documentatie over corrigerende maatregelen en bewijs van de doeltreffendheid van de monitoring. Bedrijven moeten een overzichtelijke administratie bijhouden waaruit blijkt dat het in hun beleid vastgelegde zorgvuldigheidsproces in de praktijk daadwerkelijk wordt toegepast.

Hoe verhoudt de CSDDD zich tot de bestaande nationale wetgeving inzake toeleveringsketens in Duitsland, Frankrijk en Nederland?

De CSDDD zorgt voor harmonisatie van de vereisten binnen de EU, maar bestaande nationale wetgeving (zoals de Duitse Lieferkettengesetz en de Franse Duty of Vigilance) blijft van kracht totdat de lidstaten de CSDDD hebben omgezet. Bedrijven die al aan strengere nationale regels voldoen, hebben een solide basis om op voort te bouwen, hoewel de specifieke vereisten kunnen verschillen. De richtlijn heeft tot doel een gecoördineerde handhaving te waarborgen en te voorkomen dat versnipperde nationale benaderingen de naleving onnodig ingewikkeld maken.

Zijn financiële instellingen volledig onder de regeling vallend, en zo niet, welke onderdelen van de CSDDD zijn dan op dit moment op hen van toepassing?

Financiële instellingen krijgen te maken met een gedeeltelijke dekking. De vereisten van het klimaattransitieplan zijn van toepassing, maar de volledige zorgvuldigheidsverplichtingen met betrekking tot financiële diensten in de toeleveringsketen (kredietverlening, beleggingsbeslissingen die gevolgen hebben voor klanten) worden uitgesteld en zullen op een later tijdstip opnieuw worden bekeken. In de richtlijn wordt erkend dat de toepassing van zorgvuldigheidseisen in de waardeketen op financiële relaties complex is, en wordt toegezegd dat het toepassingsgebied binnen twee jaar opnieuw zal worden bekeken.

Wat gebeurt er als een moedermaatschappij er niet in slaagt ervoor te zorgen dat haar dochteronderneming de regels naleeft?

De uiteindelijke moedermaatschappij is verantwoordelijk voor de groepsbrede zorgvuldigheidsplicht op grond van de CSDDD wanneer zij op geconsolideerde basis aan de drempelcriteria voldoet. Tekortkomingen op het niveau van dochterondernemingen kunnen leiden tot handhavingsmaatregelen tegen de moedermaatschappij, en de civielrechtelijke aansprakelijkheid kan zich uitstrekken tot schade die zich voordoet bij de activiteiten van dochterondernemingen wanneer de moedermaatschappij heeft nagelaten passende maatregelen te nemen.

Welke rol spelen franchise- en licentieovereenkomsten binnen het toepassingsgebied van de CSDDD?

Bedrijven die via franchise- of licentieovereenkomsten volgens uniforme bedrijfsmethoden werken, moeten aan specifieke drempels voldoen: 22,5 miljoen euro of meer aan royalty’s binnen de EU, in combinatie met een totale groepsomzet van meer dan 80 miljoen euro. Dit geldt voor bedrijfsmodellen waarbij de franchisegever de operationele normen bepaalt, maar de franchisenemers technisch gezien zelfstandig opereren.


De CSDDD betekent een fundamentele verschuiving van vrijwillige duurzaamheidsverbintenissen naar verplichte verantwoordingsplicht voor bedrijven. De richtlijn verandert de manier waarop grote bedrijven hun wereldwijde waardeketens moeten benaderen, door zorgvuldigheidseisen te integreren in governance, het risicobeheer en de strategische besluitvorming.

Of uw nu te maken heeft met aanvraagtermijnen in 2028, 2029 of 2030: door nu al te beginnen met de voorbereidingen op de naleving voorkomt u dat u later in tijdnood komt. Bedrijven die de CSDDD zien als een kans – om de relaties met leveranciers te versterken, operationele veerkracht op te bouwen en blijk te geven van oprecht verantwoord ondernemen – zullen er sterker uitkomen dan bedrijven die het louter als een nalevingsverplichting beschouwen.

Begin uw in kaart brengen uw ten opzichte van de OESO-richtlijnen voor zorgvuldigheidsonderzoek. Evalueer uw en governance . Betrek multifunctionele teams bij het in kaart brengen van wat het beoordelen van negatieve gevolgen voor mensenrechten en het milieu precies inhoudt voor uw bedrijfsactiviteiten en zakelijke relaties. De klok tikt door, en wie zich nu voorbereidt, voorkomt sancties in de toekomst.